Tijdens de Eerste Wereldoorlog worden meer dan 12 miljoen inwoners van de in de oorlog betrokkene landen verplicht de frontlinie te ontvluchten, hun woningen, hun boerderijen en hun werkplaatsen te verlaten. Zij maken deel uit van de “vluchtelingen”.

Die vluchtelingen bestonden uit burgers die door de militaire overheden geëvacueerd werden, die men in ziekenhuizen interneerde en die gerepatrieerd werden uit het deel van Frankrijk dat niet door het Duitse leger bezet was. Zij hebben een gemeenschappelijk punt: ze waren min of meer verplicht alles achter te laten voor een langdurig exil. In 1918 telt men ongeveer 2 miljoen vluchtelingen in Frankrijk. Het grootste deel is uit het noorden en het oosten van Frankrijk afkomstig.

De extreem moeilijke taak die de verschillende landen in 1914-1918 te wachten staat betreft de organisatie, de oriëntering en de controle van die massale bevolkingsverplaatsingen. Door de weg te volgen die de civiele bevolking tijdens de Eerste Wereldoorlog aflegde, krijgen we meteen een beeld van hoe die verschillende bevolkingsgroepen evolueerden.