Een Rijk in oorlog

Aan de vooravond van het conflict wordt Groot-Brittannië nog steeds beschouwd als de grootse zeemogendheid ter wereld. Het beschikt ook over een omvangrijk koloniaal rijk, dat zich uitstrekt over bijna 30.000.000 km² en 250 miljoen inwoners telt. Samengesteld uit dominions , koloniën en kleine protectoraten, zal dit Britse Rijk een grote bijdrage leveren aan de oorlogsinspanningen van de geallieerden tijdens de vier jaren die de oorlog duurt. Van de vaak verafgelegen landen zijn het Canada, Australië en India die zonder twijfel de grootste bijdrage leveren aan het Britse militaire apparaat. Ook andere landen, zoals Nieuw-Zeeland of Zuid-Afrika, vervoegen de rangen van het leger.

In het totaal wordt de bijdrage aan manschappen van de Commonwealth tussen 1914 en 1918 geschat op ongeveer 950.000. Naast dit louter demografische aspect dient ook de materiële en financiële hulp van de Britse overzeese gebieden te worden onderstreept. Deze drukt zich uit in de import van goederen, maar ook in de productie van wapens en munitie. De eensgezindheid van het Britse rijk houdt de hele oorlog lang in stand en levert een grote bijdrage aan de overwinning van de geallieerde legers. Dankzij hun deelname aan de oorlog krijgen bepaalde bevolkingsgroepen van het Rijk, zoals die van Canada en Australië, een gevoel van nationale identiteit.

Loading, please wait...
  • Caron Achille (1888-1947), Portret van een Australische soldaat, eerste kwart van de 20ste eeuw, glasplaat, © Musée Quentovic – Ville d’Etaples-sur-Mer

    De Australische soldaten, die de bijnaam "Diggers" dragen, zijn herkenbaar aan hun "slouch hat" (breedgerande slappe hoed), waarvan de linkerkant naar omhoog is gerold. Samen met de "Kiwis", de bijnaam die aan de Nieuw-Zeelandse soldaten is gegeven, vormen zij het ANZAC, de Australian and New Zealand Army Corps.

  • Caron Achille (1888-1947), Portret van een Canadese soldaat, eerste kwart van de 20ste eeuw, glasplaat, © Musée Quentovic – Ville d’Etaples-sur-Mer

    Canada en Newfoundland leveren ongeveer 600.000 manschappen voor dit conflict. Zij hebben zich herhaaldelijk onderscheiden: de Newfoundlanders: in juli 1916 in Beaumont-Hamel (Somme) en in november 1917 in Masnières (Noord); de Canadezen: bij Vimy (Pas-de-Calais) in april 1917.

  • Caron Achille (1888-1947), Portret van een Schotse soldaat, eerste kwart van de 20ste eeuw, glasplaat, © Musée Quentovic – Ville d’Etaples-sur-Mer

    Achille Caron is een fotograaf van Etaples, die zeer actief is tijdens de Grote Oorlog. Buiten de kilt, gedragen door de Highlanders, soldaten uit het noorden van Schotland, kunnen de Schotse troepen worden herkend aan hun traditionele hoofdtooi, de Glengarry.

  • Indische soldaten, 1915, foto, Musée Rodière, Montreuil-sur-Mer

    Deze foto werd in 1915 genomen op de omwallingen van Montreuil-sur-Mer. Op dat moment herbergt de stad een speciaal militair hospitaal voor de Indische soldaten. Deze hebben zich meermaals onderscheiden tijdens de gevechten, meer bepaald in Festubert (november 1914) en Neuve-Chapelle (maart 1915) in Pas-de-Calais.

portret van een Australische soldaatportret van een Canadese soldaatportret van een Schotse soldaatIndische soldaten op de omwallingen van Montreuil-sur-Mer