De confrontatie met de dood

De Chinezen die naar Europa komen, zijn er van overtuigd, op basis van het contract, dat zij niet zullen lijden onder de oorlog. Al tijdens de reis blijkt dat zij meer gevaar lopen dan gedacht. Dan wordt duidelijk dat ook civiele schepen een doelwit zijn. Dit is het geval van de Athos: Op 17 februari 1917 wordt het Franse schip de Athos in de Middellandse Zee tot zinken gebracht door een Duitse onderzeeër. Er zijn ongeveer 900 Chinezen aan boord, waarvan er naar schatting 543 om het leven komen.

Eenmaal in Europa hoeven de arbeiders dan wel niet zelf te strijden, zij worden wel in de gevarenzone tewerkgesteld. De kampen waar zij worden ondergebracht, liggen over het algemeen vlak achter het front. Bommen en granaten zijn aan de orde van de dag. Tevens wordt de Chinezen vaak gevaarlijk werk toegewezen. Zo dragen en transporteren zij munitie.

Na de oorlog worden Chinezen ingezet om achtergebleven lijken te zoeken en te begraven, of om onontplofte munitie te ruimen. Naast het directe oorlogsgevaar komen de Chinese arbeiders op allerlei andere manieren in aanraking met de dood. Zo eist de Spaanse Griep in 1918-1919 tal van Chinese slachtoffers.

Loading, please wait...
  • Artikel uit het tijdschrift Ons Vaderland "Franse pakketboot Athos gezonken", februari 1917, tijdschrift, In Flanders Fields Museum, Ieper

    De ramp met de Athos wordt een keerpunt voor China, zowel vanwege het enorme aantal slachtoffers als vanwege het feit dat er geen namenlijst blijkt te bestaan. De op de Athos aanwezige Chinezen zijn in China gerekruteerd buiten medeweten van de overheid in Peking (Beijing). Na de ramp is het vrijwel onmogelijk hen te identificeren. Voortaan moet iedereen geregistreerd worden. Geen enkele onderdaan van China mag nog onbekend blijven voor zijn eigen overheid.

  • Opgraving van het lichaam van Louis de Mahieu, juli 1919, foto, In Flanders Fields Museum, Ieper

    In juli 1919 werd in de buurt van Ieper het veldgraf van de jonge Belgische officier Louis de Mahieu (+ 31 augustus 1918) opengelegd om zijn stoffelijk overschot te ontgraven en over te brengen naar het definitieve graf in Oost-Vleteren. Voor het grimmige werk werd onder meer een beroep gedaan op Chinese arbeiders, hier uiterst links in beeld.

  • Een Chinese werknemer zit tussen de vernielde graven van het kerkhof van Dikkebus, 1919, foto, In Flanders Fields Museum, Ieper

    Onbegraven lijken maakten deel uit van het dagelijks leven van de Chinese arbeiders in 1919. In het eerste jaar na de Wapenstilstand was er niet te ontkomen aan de confrontatie met de dood in de Verwoeste Gewesten.

artikel uit het tijdschrift « Ons Vaderland »opgraving van het lichaam van Louis Mahieueen Chinese werknemer zit tussen de vernielde graven