Het CLC Kamp

Eenmaal in Europa worden de Chinese arbeiders verspreid voor uiteenlopend werk. Ze zijn niet naar Europa gekomen voor de oorlog, maar voor het werk en het loon dat zij ervoor krijgen. De arbeider krijgt een deel van het loon uitbetaald, een ander deel gaat rechtstreeks naar de familie in China. De Chinese arbeiders werken overal - aan het spoor, in scheepswerven, tankwerkplaatsen, bevoorradingsmagazijnen, in de bossen, fabrieken, mijnen en op het land.

De kampen waar de arbeiders terechtkomen, variëren erg in omvang. Het grootste is gelegen in Noyelles, aan de monding van de Somme. Dit is de plek waar Chinese arbeiders worden verzameld, voordat zij, in opdracht van de Britten, tewerk worden gesteld in Frans of Belgisch oorlogsgebied. De Chinezen raken al snel de illusie van vrijheid kwijt die hun contract in het vooruitzicht heeft gesteld. Het kamp is afgezet met stevige ijzeren hekken. Ook de kampen waar zij later terecht komen, zijn omgeven door hekken en prikkeldraad. De Chinese arbeiders zetten zelf de tenten op waarin zij zullen slapen, vaak met ongeveer vijftien man per legertent. Wanneer er veel gevaar voor bommen is, worden slaapplekken soms geheel in de grond ingegraven. Ontsnappen is meestal niet mogelijk, zelfs niet bij oorlogsgevaar.

Loading, please wait...
  • Ansichtkaart van het "Peking Camp" van de 101ste compagnie van het Chinese Labour Corps, eerste kwart van de 20ste eeuw, ansichtkaart, In Flanders Fields Museum, Ieper

    In tegenstelling tot wat het bijschrift beweert, bevond het kamp zich niet op de Kemmelberg. Ook de verduidelijking “Engelsche Annamiten” is helemaal verkeerd: Annamieten waren inwoners van Annam (Centraal-Vietnam), toen een deel van Frans Indochina waaruit zowel soldaten als arbeiders werden gerecruteerd.

  • Een groep van Chinese arbeiders die door de ruïnes van Vlamertinge lopen, oktober 1918, foto, In Flanders Fields Museum, Ieper

    Zij stapten niet bij het waterdragen. Zij zetten het altijd op een soort van licht, waggelend drafje, waardoor de last comfortabeler werd voor hen, zo werd mij toch verteld. Een waterdragende spleetoog – die al zingend voort sjokte - kwam altijd bij mij over als een zeer aangenaam beeld.” Captain A. Mc Cormick.

  • Een compagnie van het Chinese Labour Corps op weg naar het werk, Oudezeele, 3 juni, 1918, foto, coll. BDIC

    De Chinese arbeiders onder Frans gezag worden in dienst genomen op basis van contracten met een gemiddelde duur van vijf jaar, terwijl hun collega's onder Brits gezag voor drie jaar in dienst worden genomen. Ze worden betaald voor tien uur werk per dag, krijgen kost en inwoning.

het Peking Camp van de 101ste compagnie van het Chinese Labour Corpsgroep van Chinese arbeiders die door de ruïnes van Vlamertinge lopeneen compagnie van het Chinese Labour Corps op weg naar het werk in Oudezeele