Tijdens de Eerste Wereldoorlog mobiliseren de Franse en Britse legers miljoenen mannen: soldaten, ingenieurs, artsen, maar ook arbeiders. De enorme omvang van de oorlog verplicht de geallieerden op zoek te gaan naar steeds meer mankracht om deel te nemen aan de oorlogsinspanning.

Zo worden vanaf 1916 ongeveer 140.000 Chinezen gerekruteerd in hun eigen land. Zij doorkruisen de hele wereld om te komen werken in Frankrijk en België. De eersten onder hen komen in het begin van 1917 in Europa aan. Zij worden onder Brits en Frans bevel geplaatst. Zij werken aan de bouw van spoorwegen, in havens, in de wapenfabrieken, maar ook in soms uiterst gevaarlijke zones vlakbij het front. Op het einde van de oorlog nemen zij deel aan aan de reconstructie en de sanering van de zones die vernietigd zijn door de gevechten. Ook de dood behoort tot het dagelijkse leven van deze arbeiders uit China.