Omdat de verplaatsingen van burgers binnen de bezette gebieden erg wordt beperkt, gebeurt het dat mannen en vrouwen reizen ondernemen zonder hier de nodige toestemmingen voor te hebben gevraagd. Het grote aantal bekeuringen en gevangenisstraffen getuigt van de omvang van de clandestiene praktijken: mensen vertrekken op reis om voedsel op te slaan of om de familie te bezoeken.

In sommige gevallen zijn de burgers die reizen in de nabijheid van het front op de vlucht. Soms proberen zij hun geboortedorp te bereiken, na door de Duitsers te zijn weggevoerd naar verafgelegen landbouwgebieden. Vanaf hun afwezigheid wordt vastgesteld, wordt er naar hen gezocht. Zij reizen voornamelijk 's nachts, soms over lange afstanden. Een aantal onder hen proberen Nederland te bereiken, toen een neutrale staat. Daarom bouwen de Duitsers vanaf 1915 een elektrische afrastering langs de Belgisch-Nederlandse grens.

In de Belgische grensgebieden bestaan er ook netwerken van Franse burgers die elke nacht op zoek gaan naar voedsel aan de andere kant van de grens, waar voedsel gemakkelijker te vinden is. De auteur Maxence Van der Meersch (1907-1951) beschrijft de activiteiten van deze 'doorzetters' in Invasion 14 (1935). Elke nacht nemen deze mannen en vrouwen het risico gearresteerd te worden door de talrijke grensbewakers.

Loading, please wait...
  • Jonge 'doorzetters' met zakken aardappelen, eerste kwart van de 20ste eeuw, foto, Centre d’Histoire locale, Tourcoing

1915-1916 Souvenir des fonceurs de pommes de terre