Tijdens de Eerste Wereldoorlog worden de gebieden in de buurt van het front niet enkel door soldaten bewoond. Er verblijven ook burgers. Het gaat hier om mannen, vrouwen en kinderen die hun stad of dorp niet wilden of konden verlaten. Men vindt er ook personen die tijdelijk werden geëvacueerd, maar die zijn teruggekeerd van zodra het front is gestabiliseerd en de gevechten iets verder plaatsvinden.
Voor de legers, zowel de geallieerde als de Duitse, is het dus heel belangrijk om toezicht te houden op de burgers en vooral om hun verplaatsingen te controleren. Aan elke kant van het front hebben de militaire overheden regels uitgevaardigd en het verplichte gebruik van vrijgeleiden en andere documenten ingevoerd om hun verplaatsingen te controleren. Ondanks deze voorzorgen slagen zij er echter niet volledig in om deze clandestiene verplaatsingen te verhinderen.