Rond Cassel worden talrijke faciliteiten opgezet. Munitie- en voedselopslagplaatsen, legerkampen, hospitalen, spoorwegen en vliegvelden worden in grote aantallen in het achterland gevestigd.

In Frankrijk verlaten vanaf 1915 dagelijks 100.000 granaten de fabrieken, om het front te bevoorraden. Daarom worden munitiedepots opgericht dichtbij het front, om deze granaten vervolgens naar de frontlinie te transporteren. In het begin van 1918 vindt men er bijvoorbeeld in Caëstre, dichtbij Bailleul en rond Poperinge. Opslagplaatsen voor voeding en proviand worden ook gebouwd, bijvoorbeeld vlakbij Ebblinghem of Abeele.

Hoewel de bouw van opslagplaatsen in het achterland toeneemt, springt de ontwikkeling van het spoorwegnetwerk in deze zone het meest in het oog. Deze bouw is mogelijk dankzij de stabiliteit van de frontlinie: in België en Noord-Frankrijk beweegt ze bijna drie jaar lang nagenoeg niet. De trein speelt een essentiële rol in de toelevering van levensmiddelen en munitie, maar ook in het transport van troepen en gewonden. Alle spoorwegtransport, treinen, trams en smalspoor worden massaal aangewend.

In de loop van het conflict ontwikkelt zich het gebruik van vliegtuigen en verschijnt een nieuwe infrastructuur: de vliegvelden. Zo wordt in 1913 door de Franse overheid een vliegveld opgezet in maritiem Vlaanderen, in Saint-Pol-sur-Mer. Dat vliegveld wordt al gauw te klein, en het Britse leger vestigt basissen in Petite-Synthe, Coudekerque-Branche, Bray-Dunes en Bergues.

Van de infrastructuur die in het achterland wordt opgericht, moeten ook de hospitalen worden vermeld. Tijdens het conflict raken miljoenen manschappen gewond. De zone rond Vlaanderen wordt niet gespaard en tijdens de grote offensieven telt men dagelijks duizenden gewonden. De eerste etappe van het traject dat deze mannen afleggen, bevindt zich vlak achter de frontlinie, in de hulppost waar de eerste, uiterst primitieve hulp wordt toegediend: er wordt verband aangebracht, er worden injecties met morfine toegediend en de gewonden worden gesorteerd. Daarna worden de gewonden vervoerd naar het achterland, naar hospitalen waar de nodige chirurgische ingrepen kunnen worden uitgevoerd. In Belgisch Vlaanderen is er met name Lijssenthoek, een gehucht ten zuiden van Poperinge, waar sinds de lente van 1915 een boerderij is getransformeerd in een veldhospitaal. Het aantal gewonden dat hun verwondingen niet overleeft is er vanaf 31 juli 1915 zo groot, dat men meer dan 10 begrafenissen per dag uitvoert. Op het einde van de oorlog wordt een grote Britse begraafplaats gebouwd in de buurt van het hospitaal, dat is omgevormd tot stationair ziekenhuis en waar de slachtoffers van ziekten of ongevallen worden opgenomen.

Loading, please wait...
  • Het achterland in Vlaanderen – begin 1918: communicatiekanalen en militaire infrastructuur, © Simon Toulet

  • Descamps Henri-Maurice (1878-1965), Bevoorrading van het Britse leger, 1914-16, glasplaat, Fonds photographique patrimonial Descamps – Ville de Cassel

  • Hulppost. Bos. In België. Gewondentransport via een verbindingspad, 16 oktober 1917, analoge foto op papier, coll. Historial de la Grande Guerre, Péronne

    Deze foto laat zien hoe primitief de hulpposten zijn.

kaart van het achterland in Vlaanderenbevoorrading van het Britse legerposte de secours. Bois 16 octobre 1917