In 1914, bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, strijken bijna 600.000 soldaten uit Groot-Brittannië en de overzeese gebieden (Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika) in Vlaanderen neer, samen met 20.000 tot 30.000 soldaten uit Frankrijk en de Franse koloniën en enkele duizenden Belgen. In 1917 schat men het aantal militairen dat gekantonneerd is in de zone rond Ieper op meer dan een half miljoen.
 In de stad Cassel in Frans-Vlaanderen stelt men de komst vast van duizenden Franse en Britse soldaten, omwille van de vestiging van de hoofdkwartieren van Foch en Plumer, samen met een omvangrijke infrastructuur.