Document 1

Belgische vluchtelingen in Noord-Frankrijk, augustus-september 1914, ansichtkaart, coll. departementale archieven van Noord Lille Frankrijk – nummer 30 Fi 14-18/13

Belgische vluchtelingen in Noord-Frankrijk

Document 3

Fragmenten uit een artikel van Leonie Chaptal "Een week met de geëvacueerde (4-12 april 1915)", in de Revue des Deux Mondes, mei/juni 1915, pp. 544-568.

De verpleegkundige Leonie Chaptal (1876-1937) was de initiatiefneemster voor de oprichting, in 1905, van één van de eerste Franse scholen voor verpleegkunde. Na de oorlog speelde ze een belangrijke rol in de ontwikkeling van de verpleegkundige opleiding.

[Schaffhausen], 2h40

(…) In het station. De trein met geëvacueerde, afkomstig uit Duitsland, moet om 3.30 u. aankomen. Hij heeft wat vertraging. (...) Naast ons wachten jonge meisjes en vrouwen, met een armband van het Rode Kruis van Genève rond de arm.
Om de orde te handhaven zijn er militairen aanwezig: men weet dat Zwitserland is gemobiliseerd.
(...) Sinds 16 maart komen dagelijks via Zwitserland twee konvooien met civiele gevangenen, geëvacueerd uit de binnengevallen provincies, in Frankrijk aan. Elk konvooi bevat minstens 500 personen. Mij is verteld dat Duitsland er meer terug wilt sturen, tot 3-4000 per dag, maar dat Zwitserland weigert om te talrijke doortochten toe te laten. (…)
Hier is het konvooi (...). Aan de ramen: kinderhoofdjes. Uit de klapdeuren komen de vrouwen al te voorschijn. Ze dragen geen hoofdbedekking, zijn gekleed in arme en verschoten kledij (...). Daarna kinderen, van alle leeftijden; bejaarden, zieken (...); Een hele massa (...). Op het stationsperron neemt de droevige stoet zijn aanvang (...). Ik kan er niets aan doen, maar tegelijkertijd schiet me een gedachte te binnen: in hun zoektocht naar het vreselijke hebben de Duitsers het uiterste bereikt. Dit volk is evenredig aan een natuurramp.
(...) Ik loof een moeder voor haar kinderen. Zij antwoordt me, rustig en met zachte stem: "Ik had er nog eentje meer, ze was 9 jaar oud. Onlangs werd ze gedood door een granaat. "
(...) Aan een gezin in de nabijheid vraag ik: "Van waar komt u? - Ik woonde in het dorp X..., in Pas-de-Calais, tussen Arras en Béthune; op een morgen is men1 ons komen ophalen om 6 uur aan het stadhuis, zonder ons te zeggen waarom (...). Wij hebben 2 uur gewacht (...). Daarna hebben 'ze' namen afgeroepen en hebben 'ze' ons vervolgens doen vertrekken zonder ons een kans te geven naar huis terug te keren om iets mee te nemen (...). "
Iedereen geeft me hetzelfde antwoord. Na het plotselinge vertrek uit hun dorp zijn de geëvacueerde gezinnen de grens overgestoken en kwamen ze aan in P......, in België. Daar verbleven zij bij de plaatselijke bevolking (...). Dankzij het Amerikaanse Comité2, dat de bezette Belgische provincies bevoorraadt, is het eten niet slecht (...).
Mensen van Douai en Valenciennes, die deel uitmaken van dit konvooi, vertellen me dat ze zijn geëvacueerd als "nutteloze eters", "dat er brood ontbrak (...)". (...) Na drie weken in België zijn de geëvacueerde vandaag in treinen gepropt en geloofden ze dat ze naar Duitsland zouden worden gestuurd. Ze waren er enkel op doorreis. Na 3 dagen en 3 nachten zijn ze aangekomen, maar hoe moe en verward zijn ze! (…)

Zürich, 07.20 u. 's morgens

De komst van een konvooi wordt aangekondigd ... Nog 500 van de onzen. (…)

Annemasse

Op het stadhuis (...) zijn de kantoren gesloten; ze gaan open bij de aankomst van de konvooien. (...) De kantoren van het stadhuis worden geopend bij de aankomst van konvooien. Dagelijks passeren twee konvooien, een (dat van [Schaffhausen]) om 7 u. 's morgens; het andere (afkomstig van Zürich) om 5.30 u. 's avonds. Elk konvooi blijft ongeveer 3 uur in Annemasse (...). Daarna voert een speciale trein hen op 1 uur tijd naar Evian of Thonon. (…)

Thonon, 5 uur 's avonds

(...) De prefect wil ons op de hoogte brengen van alles wat er sinds 16 maart door zijn administratie werd gedaan voor de geëvacueerde.
Elke avond om 10 uur komt het konvooi van Annemasse aan in het station van Thonon. (...) [Het verblijf duurt 24 uur]. Daarna (...) wordt het konvooi naar de eindbestemming gebracht. (...) Daar is de trein, met bestemming Perpignan. (...) De aanwezigen zijn grotendeels afkomstig uit Raismes in het Noorden van Frankrijk. (...) Ik knoop een gesprek aan met jonge vrouwen (...) uit Meurthe-et-Moselle (...).
Wanneer het bevel tot evacuatie werd gegeven, waren de Franse kanonnen al enkele dagen dichterbij gekomen. Het vertrek was overhaast. (...) "Hadden we maar geloofd dat het echt was om naar Frankrijk te komen! Wij dachten dat ze ons naar Duitsland zouden sturen, zoals de eersten die zijn vertrokken. We wisten dat het daar in de kampen vreselijk was. " (...)

1 Men heeft het over de bezettingsautoriteiten.

2 Opmerking van de auteur: De Commission of Relief in Belgium [dit comité is opgericht in oktober 1914 door de Amerikaan Brand Whitlock, de markies van Villalobar, de Spaanse ambassadeur en de Amerikaanse ingenieur Herbert Hoover. Het had de toelating van de Duitsers om de burgers in de bezette gebieden te bevoorraden, tot aan de deelname aan de oorlog van de Verenigde Staten in 1917.

Document 3

Franse gedeporteerden met wascorvee, 1914-1918, Duitse ansichtkaart, coll. departementale archieven Noord Lille Frankrijk – nummer 30 Fi 317

De zichtbare tekst op de kaart kan worden vertaald als "Franse vrouwen aan het wassen in een washuis."

Französische Frauen beim Waschen in einer Waschanstalt
  • Ik observeer
    • 1° Document 1: De omstandigheden van de evacuatie van burgers beschrijven. Over wie gaat het?
    • 2° Document 2: De reisweg van de geëvacueerde burgers die de auteur heeft ontmoet opnieuw uitstippelen.
    • 3° Document 3: Beschrijf de getoonde scène.
  • Ik identificeer
    • 1° Document 1: De context van de evacuatie van deze burgers schetsen.
    • 2° Document 2: De geografische oorsprong van de geëvacueerde burgers uitleggen. Hoe verrechtvaardigen de Duitse overheden deze evacuaties? De bijzondere rol uitleggen van Zwitserland in de reisweg van deze geëvacueerde.
    • 3° Document 3: Nogmaals wijzen op de aard van het document. Waaruit kan blijken dat het wijst op een oorlogssituatie?
  • Ik leg verbanden
    • Op basis van deze drie documenten de verscheidenheid aantonen van de evacuaties die de burgerlijke bevolking tijdens de Grote Oorlog moest ondergaan.
  • Ik plaats in perspectief
    • 1° Hoe ervaren de verplaatste personen de bezetter en zijn beslissingen?
    • 2° De angst uitleggen die blijkt uit de laatste zin van document 2.