Handleiding leerkracht

Exodus

Ook al kende de Grote Oorlog talrijke troepenbewegingen, mogen we niet vergeten dat de verplaatsingen van de burgerbevolking ook tot grootschalige migraties heeft geleid. Vrijwillig of onder dwang verplaatst, als gevangenen of als mannen/vrouwen die vrij zijn om te werken of te vluchten: de situatie en de status van ontheemde burgers zijn divers en complex.
Sinds het uitbreken van het conflict in augustus 1914 nemen sommige burgers het besluit om de Duitse opmars en het geweld van de gevechten te ontvluchten. De inwoners van steden en dorpen aan het front nemen een dergelijk initiatief om hun leven te redden en verspreiden geruchten over de wreedheden begaan door de Duitsers. Op 29 oktober 1914 hervatten de Duitsers het offensief. De weerstand van de Belgen, geholpen door Britse en Franse troepen, kan hun groei indijken en leidt tot een loopgravenoorlog.

Geëvacueerde, gerepatrieerde

In andere gevallen worden burgers ook met geweld geëvacueerd door de Duitse bezettingsoverheden. Dat gebeurt vanaf maart 1915. Een circulaire van het Franse hoofdkwartier van september 1917 gebruikt een specifieke terminologie: "Degenen die in het bezette gebied moesten leven onder vijandelijke heerschappij worden gerepatrieerde genoemd wanneer zij door de Duitse overheden naar Frankrijk terug worden gestuurd." Het gaat voornamelijk over vrouwen, kinderen, bejaarden, armen, zieken, ongewenst geachte personen. Tussen 1915 en 1918 keren bijna 30.000 bewoners van Lille terug naar Frankrijk1. Deze mensen worden vooral naar de departementen Tarn, Garonne en de regio Parijs gestuurd. Daar worden ze in de eerste plaats geholpen door liefdadigheidsinstellingen of plaatselijke bewoners, die ze herbergen, kleden en voeden totdat de gemeentehuizen deze taak overnemen en hen de premie toekennen die wordt uitbetaald aan de gezinnen van gemobiliseerde. Om ook hun inactiviteit aan te pakken, worden deze burgers al snel opgenomen in de landbouwbedrijven of fabrieken. Ter plekke wordt hun aanwezigheid, omwille van de taalverschillen, gewoonten en vooral de werkloosheid die zij genereren, al gauw als ongewenst beschouwd. Deze burgers, soms ook wel de "moffen van het Noorden" genoemd, kunnen pas vanaf december 1918 naar hun regio van afkomst terugkeren.

Deporteren

Gezonde mannen en vrouwen worden ook naar werkkampen gedeporteerd. Ter plaatse ondergebracht in precaire omstandigheden, krijgen ze werk toegewezen in zagerijen, de bouw of moeten ze ondergeschikte taken uitvoeren. In alle gevallen is deportatie voor dwangarbeid bedoeld om de bezetter te dienen. Tegelijkertijd wordt de gedeporteerde geïsoleerd van zijn familie en dagelijkse omgeving. Zo worden gevangenen uit Noord-Frankrijk naar de Ardennen gestuurd, gevangen van de Aisne naar Noord-Frankrijk.
De bezettingsautoriteiten voeren ook deportaties uit van gijzelaars. Het Duitse leger stelt immers, in strijd met de "Oorlogswetten" bepaald door de verdragen van Den Haag (1899 en 1907), onder de burgers groepen van gijzelaars samen. Vaak werden ze gekozen uit de elite en notabelen van de bezette steden en dorpen. Ze werden massaal gedeporteerd in twee bewegingen: eind 1916 en begin 1918 - naar het Duitse Rastatt, Holzminden of Güstrow. Daar werden deze mannen en vrouwen gevangen gehouden in erbarmelijke omstandigheden, gekenmerkt door slechte hygiënische omstandigheden, ontbering en vernedering. Ze keerden pas terug naar Frankrijk na de ondertekening van de wapenstilstand.

Na de Wapenstilstand

Tot slot, na vier jaren van conflict, keren de migratiestromen om. Na de Wapenstilstand van 11 november 1918, zijn vele gemeenten echter verwoest en kunnen ze aan de terugkerende bewoners geen passende levensomstandigheden bieden. Sommige tijdelijke barakken uit houten en plaatijzer compenseren nauwelijks het gebrek aan huizen, die verwoest zijn tijdens de bombardementen, terwijl de bevoorrading met drinkwater en voedsel grote problemen oplevert. Op het einde van de oorlog zijn er dus duizenden vluchtelingen die niet kunnen terugkeren naar hun oorspronkelijke gemeenten. Om zich verder te verdiepen in dit onderwerp, kan het volgende werk worden aanbevolen: NIVET Philippe, Les réfugiés français de la Grande Guerre, 1914-1920, Economica, Parijs, 2004, 598 p.

1 WALLART Claudine, Le Nord en guerre 1914-1918, uitgegeven door de departementale archieven van Noord-Frankrijk, Lille, 2008 (2e uitgave), 107 p.