Document 1

Biografische elementen

Douglas Haig (1861-1928) nam deel aan het bevel van de Britse troepen die aan het Franse front actief zijn. Eind 1915 werd hij de bevelhebber van de Britse legers in Frankrijk; Eind 1916 werd hij bevorderd tot maarschalk. Hij onderscheidt zich aan de Somme in 1916 en in Cambrai in 1917.

De begraafplaats van Etaples

"De begraafplaats van Etaples ligt op de plaats van [een] Brits militair kamp uit de Eerste Wereldoorlog. Het is de grootste begraafplaats van de Commonwealth in Frankrijk. Meer dan 11.000 soldaten liggen er tegenover de Baai van Canche begraven. [...] De begraafplaats wordt gedomineerd door een gedenkteken, ontworpen door architect Edwin Lutyens (1869-1944), hoog uitstekend op een halfronde klif. Het bestaat uit een groot terras van 70 meter lang, geflankeerd door twee bogen versierd met vlaggen. De begraafplaats werd geïnaugureerd op 14 mei 1922 in aanwezigheid van koning George V en maarschalk Haig. " GRAILLOT Jean-François, MAEYAERT Delphine, "La présence britannique durant la grande guerre à travers le Montreuillois", in La Violette ("Montreuil-sur-Mer au temps de la Grande Guerre"), H.S. nr. 14, juni 2009, pp. 100-107.
Lees over militaire begraafplaatsen Anne Biraben, Les cimetières militaires en France: architecture et paysage, L’Harmattan, Parijs, 2005, 215 p. Elk land ontwikkelt een andere kijk op de militaire begraafplaats. Toen in 1914 de oorlog uitbrak, behield men het beginsel van gemeenschappelijke graven, voordat men overging tot het invoeren van individuele graven (zie de steekkaart voor docenten "Verplaatste lichamen: beheer van de doden"). Na de oorlog werden de militaire begraafplaatsen niet alleen ontworpen als een plaats van bezinning voor de gezinnen, maar ook als een plaats van herdenking. We vieren er een officiële herdenking, die van een wellicht wrede, maar noodzakelijke oorlog...
Lees over de herdenking Pierre NORA, "Chemins de mémoire", in Présent, nation, mémoire, Gallimard, Parijs, 2011, 420 p. : "Het collectieve geheugen is de herinnering, of alle herinneringen samen, al dan niet bewust, van een beleefde en/of tot mythe verheven ervaring door een levende gemeenschap. Herinnering van direct ervaren gebeurtenissen (bijvoorbeeld veteranen) of doorgegeven door traditie, schriftelijk, mondeling of in de praktijk; actieve herdenking, ondersteund door de instellingen, riten, geschiedschrijving, officiële documenten, vrijwilligers…".

Document 2 & 3

Herdenkingstoerisme

Een speciale vorm van toerisme verschijnt zelfs al voor het einde van de oorlog: het bezoek aan de slagvelden. Suzanne Brandt schrijft hierover in een artikel van 1994 (Suzanne BRANDT, "Le Voyage aux champs de bataille", in Vingtième Siècle. Revue d’histoire, nr. 41, januari-maart 1994, p.18-22).
Vanaf 1917 verschijnt in Frankrijk de eerste Geïllustreerde Michelingids naar de slagvelden. In dit uiterst voorbarige nummer, want op dat moment woedt de oorlog nog steeds, wordt de Marne voorgesteld. De auteurs van de gids leggen in het voorwoord echter uit dat "het platteland, waar [het boek] de lezer naartoe neemt, al lang bevrijd is" 1. Voor Suzanne Brandt is het de wens dat "reizen met behulp van deze gidsen van de slagvelden in de bevrijde gebieden de voorbode [zijn] van de overwinning van Frankrijk en de volledige bevrijding van het grondgebied"2.
Bovendien is dit boek niet louter een "toeristische gids; Het is gewijd aan de nagedachtenis van alle arbeiders van de firma Michelin die heldhaftig vielen voor het vaderland"3. In het voorwoord van de gids zeggen de auteurs overigens: "We hebben geprobeerd om ervoor te zorgen dat dit boek voor toeristen die onze slagvelden en vermoorde dorpen willen doorkruisen zowel een praktische als een historische gids is"4.

Toentertijd waren reizen naar het slagveld echter voornamelijk vergelijkbaar met bedevaarten. Bovendien hadden de auteurs van de gids zich deze bezoeken niet anders voorgesteld: "We vatten een dergelijk bezoek eigenlijk niet op als een gewoon bezoek naar de vernietigde regio's, maar als een pelgrimstocht. Het volstaat niet om te bezichtigen, ook begrip is nodig; een ruïne is het meest ontroerend als we er de oorsprong van kennen, zoals een landschap dat saai lijkt voor het ongetrainde oog, verandert door de herinnering aan de strijd die er werd geleverd"5.
Na de wapenstilstand ontwikkelde het slagveldtoerisme zich bij de voormalige oorlogvoerende partijen op een ongelijke manier. Zo "[zijn] de Britten de eersten om zich ter plekke te begeven zodra de reisbeperkingen in de rode gebieden flexibeler [worden]. Omgekeerd [zijn] reizen uit Duitsland zeer zeldzaam in de eerste helft van de jaren 1920"6.
Voor al die bezoekers uit de directe naoorlogse periode is het belangrijkste doel echter te "[zich te bezinnen] aan de graven van hun familieleden en vrienden (...), het bezoeken van begraafplaatsen [dient] om te communiceren met de doden"7.

1 Zie het voorwoord van Champs de la bataille de la Marne, L’Ourcq, Meaux, Senlis, Chantilly, Uitgeverij Michelin, Clermont-Ferrand, 1917.

2 BRANDT Suzanne, "Le Voyage aux champs de bataille", in Vingtième Siècle. Revue d’histoire, nr. 41, januari-maart 1994, p.20.

3 Ibid.

4 Voorwoord van de Michelingids, Op. Cit.

5 Voorwoord van de Michelingids, Op. Cit.

6 BRANDT Suzanne, Op. Cit., p. 20.

7 BRANDT Suzanne, Op. Cit., p. 20.