Handleiding leerkracht

Vanaf het begin van de oorlog moeten duizenden gewonde soldaten naar het achterland worden geëvacueerd. Dit zorgt voor het ontstaan van een "gewondentraject", van eerste hulp tot revalidatie. De hiërarchische structuur en zorgtoediening van de verzorgingsdiensten zijn de tussenschakels in de verplaatsing en ondersteuning van slachtoffers; daarover gaat het in deze twee foto's, bewaard in het Historial de la Grande Guerre in Péronne.

De divisiehulppost

De divisiehulppost, gelegen in de gevechtszone, is de eerste etappe in de verzorging van de gewonde soldaat. Indien hij niet wordt gedragen door gezonde soldaten, raakt hij ter plekke met primitieve hulpmiddelen, zoals brancardwagens, die soms ook door dieren worden getrokken. Zijn overleven hangt volledig af van de hulp van de andere soldaten, die hier soms hun leven voor wagen. Eens ter plekke wordt de gewonde onderzocht. Afhankelijk van zijn gezondheidstoestand en zijn kansen op overleven, wordt hij geëvacueerd naar de hospitalen achter het front. In werkelijkheid is de hulppost te primitief en onhygiënisch en niet uitgerust om operaties in uit te voeren. Het is vooral een plaats waar de gewonden worden gesorteerd, waar de "gezonde slachtoffers" van de "slachtoffers op draagberries" worden gescheiden. De hulppost is een schakel tussen het front en het achterland. Het is echter ook de ruimte waar de eerste hulp wordt verleend en het lijden wordt verlicht. De morfine-injecties en kompressen met kamferolie, voor zover zij beschikbaar zijn, zijn in staat om de pijn te verlichten. De verbanden zijn vaak echter belachelijk klein in vergelijking met de gapende wonden en de ernstige bloedingen. De toegediende zorgen lijken van willekeurige aard, terwijl de lijdensweg van de soldaten lang en pijnlijk is (zie de catalogus "Aux Portes du chaos. L’arrière-front en Flandre durant la Grande Guerre", een uitgave van het departementale Museum van Vlaanderen, 2011, 60 p.).

Op de foto die op 16 oktober 1917 in Vlaanderen is genomen, zijn alle elementen verenigd. Het offensief tussen 31 juli en 10 oktober 1917, gewonnen door de Britse legerleiding met de hulp van Franse en Belgische divisies, veroorzaakte heel wat lijden. Achter de houten barakken en de borstweringen van zandzakken heerst een gevoel van zwakheid en verwarring. Te midden van een modderpoel ontstaat een scène van verlatenheid. De slachtoffers worden soms op de vlonders gezet, terwijl ze met verwilderde blik wachten op de evacuatie naar het achterland.

Het ziekenhuis

In een tweede etappe wordt de gewonde voor behandeling en herstel naar de ziekenhuizen in het binnenland gevoerd. Ter plaatse worden de slachtoffers verzorgd door professionele verzorgers, bijgestaan door betrokken burgers. Hoewel de gevechtszone een uitsluitend mannelijke omgeving is, heeft de werkelijkheid van de Grote Oorlog de aanwezigheid van vrouwen als verzorgsters, verpleegsters of personeel van het Rode Kruis in het achterland noodzakelijk gemaakt. De verzorgingseenheden van het leger worden ook aangevuld met extra hospitalen, geïnstalleerd in de meest diverse lokalen: scholen, kerken, kastelen ... Vaak zijn ze gelegen op het platteland en moeten ze reageren op de toevloed van gewonden van het front. Communicatie tussen elke schakel van de ketting is van levensbelang. Om de gewonden naar het achterland te evacueren worden vrachtwagensambulances ingezet, maar ook vele treinen worden omgebouwd tot sanitaire konvooien.
De tweede foto, van 12 september 1915, dompelt ons onder in het hart van een lazaret, de naam die de Duitsers aan hun militaire hospitalen hebben gegeven. Hier hebben enkele gewonden zich verzameld en poseren ze voor een foto. Op de muur staat een gotische inscriptie, hangen de portretten van keizer Wilhelm II (1888-1918) en de Kaiserin Augusta Victoria, net als de zwart-wit-rode vlag van het Duitse Rijk (1871-1918), wat herinnert aan het belang van het nationalistische gevoel van die tijd. Een aantal gewonden zijn bedlegerig, getroffen door blessures aan de ledematen, en waarschijnlijk ook door psychologische trauma's. Om de tijd te doden en de pijn te vergeten, wordt er getekend, gepraat, geschreven, gekaart.
De geneeskunde maakt gebruik van de meest recente technieken: de ontdekking in 1901 van X-stralen door de Duitse natuurkundige Wihelm Röntgen (1845-1923), de eerste plastische operaties en protheses. Deze medische innovaties staan nog in de kinderschoenen en laten aan het einde van de oorlog vele verminkten achter, waarnaar wordt verwezen met de uitdrukking "gebroken gezichten". In totaal telt het Duitse Rijk iets meer dan 4 miljoen militaire gewonden.

Dit thema van de oorlogsgewonden kan verder worden uitgediept door de studie van filmfragmenten uit la Chambre des officiers van François Dupeyron (2001). In deze film gebaseerd op de roman van Marc Dugain (1999), concentreert de regisseur zich op de verminkten en misvormden. Een film met een vergelijkbaar onderwerp, maar met een ander perspectief, is Johnny Got His Gun van Dalton Trumbo en Luis Buñuel (1971). Vanuit een literair oogpunt kunnen Van het Westelijk front geen nieuws (1929) van Erich Maria Remarque, De onweren van staal van Ernst Jünger (1920) of Het vuur (1916) van Henri Barbusse leiden tot een interdisciplinair werk, samen met de literatuur cursus, in het kader van Kunstgeschiedenis, net als de schilderijen of tekeningen van Otto Dix in het kader van Plastische kunst. Tot slot kan het Musée du service de santé des armées (opgericht in 1850) in Val-de-Grâce in Parijs een middel zijn om de studie van de medische diensten van het leger verder te zetten, door een bezoek ter plekke.