Document 1

Historische/chronologische aanknopingspunten

Op 10 juli 1917 is de derde slag bij Ieper nog niet gestart, maar wordt hij voorbereid. Tijdens de Eerste Wereldoorlog is de Ieperboog het centrum van één van de bloedigste delen van het westelijk front. Tussen oktober 1914 en oktober 1918 schat men dat er ongeveer 500.000 mensen zijn gesneuveld.
Bij de eerste slag bij Ieper (17 oktober-22 november 1914), vochten de Franse en Britse troepen om te voorkomen dat de Duitsers de geallieerde linies doorbraken en de weg vrijmaakten naar de havens van de Noordzee. De Duitse troepen voerden er de eerste gasaanval in de geschiedenis uit, tijdens de Tweede Slag bij Ieper (22 april-24 mei 1915). Dit is ook waar de naam "yperiet" vandaan komt. De andere naam van dit wapen, "mosterdgas" komt van de geelachtige kleur. Tot slot begint de derde slag bij Ieper (31 juli-10 november 1917) met een grote Britse aanval. Tijdens deze slag, ook wel de slag om Passendale, vonden de grootste verliezen plaats.

De kunstenaar

Jean-Louis Lefort, een oud-student van de school voor Schone Kunsten in Bordeaux, is een soldaat tijdens de Grote Oorlog. Hij is één van de weinige kunstenaars die een zodanig volledige getuigenis van het dagelijks leven van de soldaten (6-700 aquarellen) heeft gemaakt. Jean Lefort maakt zijn eerste aquarel in Artois, waar hij gestationeerd was in december 1914. In de zomer van 1917 belandt hij in het Belgische Vlaanderen, waar hij de aquarel van 10 juli 1917 maakte.
 Lefort Jean registreerde gewoon "wat hij zag, zoals hij het heeft gezien, op de plaatsen waar hij het zag, van dag tot dag. Het is uit zijn absolute oprechtheid dat dit oorlogswerk zijn betekenis haalt." Bron: Naar een artikel van Jean RENÉ, curator van het Museé de la Guerre, gepubliceerd in Revue d'histoire de la guerre mondiale - Société de l'histoire de la guerre - 1924.

Kunst tijdens de Grote Oorlog

In 1914 werden ook de kunstenaars gemobiliseerd en geconfronteerd met de verschrikkingen van het front. Velen blijven schetsen tijdens hun mobilisatie en er wordt een aanzienlijk aantal werken geproduceerd. De werken die tijdens het conflict worden uitgevoerd zijn meestal tekeningen, schetsen, aquarellen. Weinigen van deze werken weerspiegelen de vernietigingskracht van de nieuwe wapens, de felheid van de gevechten... Het is het dagelijks leven van de mensen dat wordt verteld.
 Hoe kan dat worden uitgelegd? Voor de frontsoldaat is de tekening in de eerste plaats een middel om aan de vreselijke realiteit te ontsnappen. De kunstenaars die formeel in opdracht van het leger werken, klampen zich vast aan een traditionele opvatting van het leger. Bovendien zijn deze soldaatschilders, net als de andere soldaten, aan censuur onderworpen. De tentoonstellingen van Vuillard (1868-1940) of Steinlen (1859-1923), bijvoorbeeld, worden gecontroleerd door de militaire autoriteiten. De fotografie komt op het voorplan, door het verspreiden van de gevolgen van het oorlogsgeweld in de geïllustreerde tijdschriften.
De werken van grote afmetingen worden veel later gecreëerd. Otto Dix maakt zijn drieluik De Oorlog in 1929-1932.

Document 2

De Britten in de Pas-de-Calais

De kuststreek van Pas-de-Calais telde talrijke Britse logistieke basissen. In het voorjaar van 1916 verliet het Britse hoofdkwartier St. Omer, waar het was geïnstalleerd sinds 1914, en vertrekt het naar Montreuil-sur-Mer. Dat is een strategische aanpassing: de overname van een gedeelte van het front in Artois en de Somme, dat voorheen door de Fransen werd gecontroleerd, vergroot de interventieradius van de Britse legers.

Oorlogsfotografie

In de krant le Figaro van 29 april 1905 bevestigt Jules Claretie dat "de echte en meest meedogenloze oorlogskunstenaar de Kodak is."
Het fotografisch proces dat bijna een eeuw eerder werd uitgevonden door Nicéphore Niépce (1765-1833), wordt gezien als een manier om de werkelijkheid te vatten. Het fotografische negatief is voor de mensen van die tijd een objectief document en de fotografie een informatiemiddel. Het is de geboorte van de fotojournalistiek, wat wordt geïllustreerd door Roger Fenton (1819-1869) op de Krim. Deze laatste, gezonden door koningin Victoria, stuurt foto's naar Engeland die geen authentiek beeld scheppen van de oorlog: geen gevechten of gewonden. Daartegenover staat Timothy H. O'Sullivan (ca. 1840-1882), getuige van de tragische gevolgen van de Slag bij Gettysburg (1-3 juli 1863), tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). Hij aarzelde niet om de lichamen van soldaten te fotograferen, de dag na de gevechten (Harvest of Death, 4 juli 1863).
 De Eerste Wereldoorlog verandert het gebruik van fotografie op een ingrijpende manier. Ook al blijft het een bron van informatie, het wordt ook voor praktische doeleinden gebruikt (luchtfotografie). De militairen ontdekken de subjectieve waarde ervan en de rol die fotografie speelt in het moreel van de troepen en burgers. Het leger maakt dus volop gebruik van fotografen, professionele militairen, waarvan het de productie kan controleren. "De zwart-wit fotografie wordt gebruikt om een bepaalde oorlogsrealiteit te laten zien: militaire parades, demonstraties van verschillende soorten wapens en uniformenparades, spectaculaire explosies, het dagelijks leven in de loopgraven, zelfs in de meest intieme details (ontluizen). Alles wordt gedaan om het achterland de illusie te geven het dagelijks leven van de soldaat te delen, ook al gaat het vaak om opgevoerde scènes" (citaat uit "Ansichtkaarten van 1914-1918", thematische verzamelingen van de website van het Historial de la Grande Guerre, Péronne).

Document 3

Pierre Teilhard de Chardin (1881-1955)

Teilhard de Chardin, jezuïet, is een groot wetenschapper. Van 1905 tot 1908 doceert hij natuurkunde in Kaïro. Hij is verbonden aan het Museum voor natuurgeschiedenis, wordt vervolgens verkozen tot de Academie van Wetenschappen (1950), neemt deel aan geologische en paleontologische onderzoeken overal ter wereld, onder andere in China. Opmerkelijk is ook zijn deelname aan de expeditie van Haardt en Citroën (de "Gele cruise"). In 1951 vestigt hij zich in New York.

Teilhard de Chardin, korporaal-brancardier

Teilhard kreeg het zwaar te verduren tijdens de gevechten van Artois in 1915, waar hij actief was als korporaal-brancardier. "In 26 augustus 1915 was Teilhard 'een soort van dagboek' beginnen schrijven in een schrift. In het totaal gaat het om vijf schriften tijdens de oorlog1, en veertien essays voor de wapenstilstand. Sommigen waren verbaasd dat hij in zulke dramatische omstandigheden zoveel had geschreven. Maar zijn geval is geen uitzondering. Tijdens deze oorlog werden door de soldaten veel literaire werken geproduceerd. We mogen ook niet vergeten dat de eenheden die actief waren aan de frontlinie na de aanvallen werden afgelost om zich te kunnen herstellen en voor te bereiden op nieuwe activiteiten aan het front." Gérard Henry Baudry.
Om zich hier verder in te verdiepen: Zie "Il y a 90 ans, Teilhard à Verdun", in Revue Teilhard aujourd'hui, nr. 18, juni 2006, pp. 52-59.

1 Gepubliceerd in 1975 door Fayard.